Web Design
J Khetouta

MENSEN VAN BIJ ONS: Mohamed Larbi Khetouta DSC00006 (Custom)


Mijn naam is Mohamed Larbi Khetouta, maar iedereen kent me als Johnny. Ik ben een dure vogel voor mijn ouders geweest: maar liefst twéé schapen zijn geofferd bij mijn geboorte. Bij moslims is het een traditie om bij elke geboorte een schaap te offeren ter herdenking van Profeet Abraham. Gezien ik twee voornamen kreeg: Mohamed (naar mijn vader) en Larbi, hadden mijn ouders twee schapen geofferd. Johnny is er heel wat later bijgekomen. Toen ik met mijn vrienden 'cowboy en indiaantje' speelde kreeg ik de bijnaam Johnny naar John Wayne, mijn toenmalige favoriete Amerikaanse filmster. Bij mijn komst naar Testelt heeft Theo, mijn geestelijke vader waaraan ik veel te danken heb, besloten me Johnny te blijven noemen. Dus ik ben Mohamed Larbi, maar Johnny voor de vrienden. Als kind ben ik zoals gebruikelijk was, naar de Masjid, de koranschool, gegaan om te leren lezen en schrijven, en uiteraard ook om de Koran te memoriseren en het Klassiek Arabisch te leren. Ik ben in een kroostrijk gezin opgegroeid (met mijn ouders erbij waren wij met 13 in huis). Daar heb ik leren delen: speelgoed, kleren en alles wat te delen viel werd tussen ons gedeeld…. Mijn droom was ooit dokter, filmacteur of schrijver te worden. Ik volgde literatuur op school en schreef voor mijn college edichtjes en toneelstukken die ik nadien regisseerde en waarin ik zelfs meespeelde. In 1962 vond de ontmoeting van mijn leven plaats. Een ontmoeting die aan mijn leven, aan die van mijn familie en aan veel anderen een andere wending zou geven: mijn ontmoeting met wijlen Theo Braem. Hij kwam voor één dag naar Tanger en op die ene dag nam mijn leven een nieuwe richting. Wij ontmoeten elkaar in het hotel van mijn oom waar Theo en zijn familie voor één nacht kwam overnachten, en ik voor één uurtje als jobstudent de administratie van het hotel kwam doen. Van lotsbestemming gesproken!... In 1964, de 28ste februari om precies te zijn, kwam ik na een treinreis van vier dagen als 17 jarige jongen (die wel Arabisch, Marokkaans, Egyptisch, Spaans, Frans en een mondje Engels sprak, maar slechts twee zinnen Nederlands) naar Testelt. Mijn eerste ontmoeting met wijlen Jeanne, de vrouw van Theo en mijn ‘Belgische moeder’, ging niet zonder enige spanning. Ze kende geen Frans en ik geen Nederlands. Ze vroeg me of ik toch niet iets in het Vlaams kon zeggen. Omdat ze aandrong, zei ik haar, van geen kwaad bewust, terwijl ik at wat ze voor mij klaar gemaakt had, de eerste zin Nederlands die ik geleerd had. Een Vlaamse kennis had me namelijk de woorden geleerd die ik moest uitspreken wanneer ik voor een galante vrouw zou staan: ‘Jij bent een lelijke en mottige dikzak!’ Gelukkig voor mij was ze niet alleen een galante vrouw, maar slank bovendien! Mijn ontmoeting met de Testeltenaren was buiten verwachting. Overal werd ik warm onthaald. In vergelijking met hoe vreemdelingen vandaag de dag onthaald worden zou ik zeggen dat het toen andere Belgen waren. Ieder die een woord Frans kende probeerde met me te communiceren. Zo leerde ik ook woord na woord het Testelts. Het kijken naar TV heeft me ook goed geholpen bij het leren van het Nederlands. In die tijd ondertitelden de twee nationale zenders de films met de twee nationale talen. In vergelijking met vandaag was dat een verrijking of anders gezegd: onze maatschappij is nu verarmd. Zouden de anderstaligen (waaronder de Walen) het Nederlandse niet gemakkelijker leren moest men het systeem terug invoeren? ‘Hoor niet wat ik zeg, maar tracht te begrijpen wat ik wil zeggen’. Zo begon ik steevast mijn Nederlandse gesprekken. Ik was niet beschaamd voor mijn taalfouten - trouwens nog steeds niet. Ik had altijd in mijn achterhoofd dat wanneer iemand me zou uitlachen, ik tegen hem dan mijn moedertaal zou spreken of de andere talen die ik kende. Ik ben nooit zover moeten gaan. Ik sloot me aan bij FC Testelt (het huidige Hoger Op). Ik vond bij de medespelers alleen maar vriendschap. Soms, was er wel iemand van de tegenpartij die racistische uitspraken naar mijn gezicht gooide. Ik reageerde daar nooit op. Ik had min of meer medelijden met hem. Later vroeg ik lachend hoe oud hij was. Mijn antwoord klonk meestal zo: ‘Ik ben al in België voor je geboren was!’
 
Integratie’, dat is een woord waarvan ik kippenvel krijg. ‘Doe zoals wij…’ is ook zo iets. Doen zoals wie? Ik ken zeer goede Belgen en ook vele minder goeden om het bij een eufemisme te houden. Waarom niet ‘Blijf wie je bent en leer bij’ dat is pas een verrijking! Ik wil hier graag een anekdote ophalen. Toen ik trouwde dronk ik thee, en Jeannine mijn vrouw, koffie. Ze had nooit thee gedronken, ik nooit koffie. Iedere morgen, weken lang, stonden op tafel een koffiepot en een theepot. Op een dag stond op tafel maar één pot en geen koffiegeur te bespeuren. Op mijn vraag waar de koffiepot bleef, antwoordde ze mij dat ze thee gaat drinken. Ik ben haar zeer dankbaar voor dat kleine gebaar. Sinds die dag drinkt ze thee en ik heb leren koffie drinken. Ik vind het spijtig dat men te oppervlakkig blijft bij een ontmoeting met ‘de andere’ en niet tot de essentie durft te gaan. Men apprecieert bv. de Turkse keuken maar vermijdt de Turken. Men apprecieert een Marokkaanse muntthee maar … Zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Wij moeten van die clichés los raken. Ik ben niet alleen een Marokkaan (en toch al meer dan 30 jaar een genaturaliseerde Belg), ik ben vooral wie ik ben, ‘de Johnny’, zoals iedereen me noemt. Naar het gedrag van de mens moet men kijken, niet naar zijn huidskleur of herkomst. Wij zijn allemaal mensen. Het bloed is bij iedereen rood en botten wit! De omstandigheden kunnen wel anders zijn…Het geloof is voor mij de essentie van het leven, de regen en de zon. Zonder geloof is men als een dor blad, een uitgedroogde sinaasappel, een onvruchtbare grond, een blindheid. Het is niet omdat dit gesprek voor het parochieblad bestemd is dat ik dit zeg. Neen. Ik zeg het overal: men moet terug naar de kerk gaan. Het is alleen daar, dat men nog iets goeds te horen krijgt. Iets dat hoopgevend is. Alle aanwezige mensen horen hetzelfde: Wees lief voor elkaar. Het is alleen in de kerk dat de naastenliefde nog te horen is. Ik geloof sterk in de kracht van het woord en zijn suggestieve waarde. In Marokko zegt men ‘Je moet doen wat de priester zegt, niet wat hij doet’. De woorden van God die een priester spreekt zijn de waarheid en daarover gaat het, niet om het gedrag van een priester als mens! Tussen de Islam en het Christendom zijn voor mij geen onoverbrugbare feiten. Ik heb de Koran uit het hoofd geleerd en heb een jaar lang de Bijbel bij wijlen Pater Duchatelez in de Abdij van Averbode geleerd. Ik heb durven, en ik leg de nadruk op durven, in de twee geloven een kijkje te nemen. Ik mag, in de positie van een gewoon mens zonder geestelijke verantwoordelijkheid, beweren dat beide godsdiensten niet ver van elkaar zijn. Een moslim moet, je hoort het goed, MOET in Jezus geloven zoals in alle andere profeten. Onze Lieve vrouw Maria krijgt in de Koran een zeer voorname plaats als onbevlekte moeder van Jezus. Het oude testament zit vol met verwijzingen naar het hellevuur en andere ‘niet zo fraaie beelden’. Neen. Er is maar één God. Voor een Nederlandstalige is dat God, voor de Franstalige is dat Dieu en voor de Arabisch sprekenden is dat Allah (Arabische Christenen en Joden noemen God trouwens bij Zijn Arabische naam: 'Allah') Het zijn de mensen die voor de een of andere reden, het verschil hebben gemaakt en die dat ook zo willen houden. Ik ken maar één God, God voor allen. Trouwens in beide boeken staat er iets zoals ‘ieder is heilig in zijn geloof’.

Wat nu in naam van de Islam gebeurd, is allesbehalve wat de Islam voorschrijft. In de Koran staat zwart op wit dat wie een mens doodt, is als iemand die heel de mensheid heeft gedood, en iemand die een mens redt is als iemand die heel de mensheid heeft gered. Deze heilige tekst spreekt voor zichzelf . Waarom negeren sommigen dan bewust teksten als deze?
We zitten in een crisisperiode die niemand dient, zeker niet de Islam. Er zij twee zinnen die in de Koran vaak voorkomen: 'God is barmhartig' en ‘God is streng’. Deze twee zinnetjes worden vaak door mensen misbruikt. Wanneer een ander gezondigd heeft dan grijpt men snel naar ‘God is streng’. Voor dezelfde zonde door zichzelf gedaan verwijst men graag naar ‘God is Barmhartige’. Zo is nu eenmaal de mens.
De mensen die me beïnvloed hebben zijn natuurlijk mijn vader, met zijn rustigheid en zijn vredelievendheid. Ik heb hem nooit horen roepen, kwaad gezien of van hem een klap gekregen. Altijd goed gezind, beoordeelde en veroordeelde hij nooit iemand. ‘Dat is mijn taak niet’ zei hij. 'Ik ben God niet. God alleen is rechter.' Daarna komt Dostojewski, de Russische schrijver waarvan ik de ziel van de mensen heb leren kennen. Vervolgens Jacques Brel en Ernest Claes waardoor ik (het verleden van) de Vlamingen leerde kennen.
Ik ben een sociaal mens. Bij mij is geven belangrijker dan krijgen (ook een kenmerk van mijn vader). Ik heb plezier aan plezier doen. Ik relativeer bijna alles. Al mijn dromen zijn bijna uitgekomen: Ik ben geen dokter geworden maar natuurtherapeut, ik ben geen filmster maar een toneelacteur en regisseur. Een regisseur is een mislukte schrijver die zijn schrijverstalent op het toneel neerzet. Ik heb wel 11 boeken geschreven, enkele cultuurprijzen mogen in ontvang nemen met o.a. de cultuurprijs van Scherpenheuvel-Zichem.
Sinds 1972 schrijf ik liedjes voor verschillende Vlaamse zangers, meer dan 150 liedjes in totaal. In de jaren 70, 80 en 90 hebben mijn liedjes op alle hitparades gestaan. Bij het langzaam uitsterven van het Vlaamse lied heb ik me op het toneel gestort. Voor mij moet een toneelvereniging een familie zijn. Ik dank veel aan het toneel. Daardoor heb ik veel mensen leren kennen. Ik heb ook meermaals kerststukken voor de kerk geschreven of geregisseerd. Op 11 februari gaan wij in de Dorpskerk ‘120 jaar Ernest Claes’ herdenken. Karel Vingerhoeds van 'Familie', en Jan Van Hemelrijk, de stichter van het Ernest Claesgenootschap zullen van de partij zijn.
Mijn zwakste kant is tevens mijn sterkste: niet ‘neen’ kunnen zeggen. Wat me ergert is het klagen. Ik citeer graag voor mezelf (en ook voor anderen) dit gezegde: ‘Ik heb altijd geklaagd dat ik geen schoenen had tot de dag dat ik een man zag zonder voeten’. Mijn dagelijks gebed? ‘God, geef me de kracht te aanvaarden wat ik niet kan veranderen en te veranderen wat ik wel kan veranderen’.

[Home] [PAROCHIE TESTELT] [Wie doet wat?] [Vieringen] [Geschiedenis] [Evenementen] [Mensen van bij ons] [Verenigingen] [FEDERATIE AVERBODE] [DECANAAT DIEST] [KALENDER] [BELANGRIJKE INFO] [CONTACT] [LINKS] [FOTOGALERIJEN] [108 jaar zusters]